Camperreis door Dresden, Görlitz, Elbe en Ertsgebergte

Cultuur en natuur in het zuiden van de deelstaat Saksen

De Freistaat Sachsen vormt het zuidelijke deel van Oost-Duitsland. Ook al is de Duitse hereniging al 27 jaar geleden, het DDR-verleden voegt een dimensie toe aan het reizen hier. We richten ons op de zuidelijke strook van Saksen, die heeft al zo onzettend veel te bieden: big city Dresden, het gave oude centrum van Görlitz, het bergachtige grensgebied met Tsjechië, de overbekende maar magisch aantrekkelijke Sächsische Schweiz met het Elbedal en een prachtige rit door het authentieke Ertsgebergte – om maar wat te noemen.

Waar je ook loopt of rijdt in Saksen, altijd is de integratie van Oost en West dichtbij zichtbaar. Bijvoorbeeld: pal naast de wonderbare reconstructies van de monumentale bouwwerken in Dresden – die werden pas mogelijk na de Wende – zie je de louter functionele Plattenbau van het communistische Oostblok, deels mensonterende volkspakhuizen. Of: rijdend over de lieflijk slingerende wegen in het Ertsgebergte komt er een knus dorpje in beeld met ergens aan de buitenkant een knalwit of asgrauw blokje flatgebouwen. Mooi? Niet mooi? In elk geval typerend voor de oostelijke deelstaten van Duitsland.

Porselein aan de Elbe

Wie graag iets wil zien van het beroemde Meißener porselein, begint de tour door Zuid-Saksen zo’n 25 km voor Dresden, in het mooie Elbedal. De oude stad van Meißen wordt gekenmerkt door twee middeleeuwse gebouwen op een heuvel: de dom en het kasteel; die Albrechtsburg is eigenlijk meer een woonslot. Daar ontstond in 1709 de Porzellan-Manufaktur, nadat alchemist Böttger had uitgevonden hoe hard (Chinees) porselein moest worden gemaakt. Aanvankelijk werden Oost-Aziatische voorbeelden nagemaakt, later werd een eigen rococostijl ontwikkeld. Bij de huidige fabriek aan de Talstraße is een werkplaatsbezoek mogelijk.

Dresden wonderbaarlijk herbouwd

De laatste jaren is Dresden een internationale toeristenbestemming geworden. Vroeger stond de stad bekend als ‘Florence aan de Elbe’ vanwege de monumentale bouwwerken en de rijke kunstverzamelingen; het was trouwens bovenal een barokstad. De stad heeft veel meegemaakt maar de nacht van 13 op 14 februari 1945 overschaduwt alles. In de Tweede Wereldoorlog liep nazi-Duitsland op zijn laatste benen. Om het Duitse moreel te breken voerden de geallieerden enkele omvangrijke ‘tapijtbombardementen’ uit, met brandbommen. Het doel was om maximale schade aan te richten en zo veel mogelijk slachtoffers te maken. De monumentale binnenstad, met nog veel houten gebouwen, brandde bijna geheel uit. Het aantal burgerslachtoffers – door de DDR en neonazi’s altijd veel te hoog geschat – is uiteindelijk door Duitse historici vastgesteld op rond 25.000. Het bombardement op Dresden is omstreden, onder meer werd later de vraag gesteld: was dit geen oorlogsmisdaad? In DDR-tijden is puin geruimd, en vermalen, maar ook zijn er monumentale gebouwen herbouwd. Zo niet de fameuze Frauenkirche; de ruïne diende als herinnering aan de brute aanval van Britten en Amerikanen. Na de Wende ontstond langzaam een burgerinitiatief tot herbouw. In 2008 kon de barokreus met de grote koepel worden heropend. Driekwart van de totale kosten kon worden gedekt met particuliere giften; 43 procent van de herbouw bestaat uit oorspronkelijk materiaal.

Altstadt en Neustadt

Behalve die Frauenkirche bevat Dresdens Altstadt herbouwde monumenten als de Hofkirche, het Rezidenzschloß, de Semperopera en de fameuze Zwinger, een weelderig met beelden versierd barokpaleis met een grote, populaire binnentuin. Belangrijke kunstverzamelingen zijn te zien in de Gemäldegalerie Alte Meister (zijkant Zwinger) en het Albertinum.

Aan de andere kant van de mooie Elbe – het Elbedal bij Dresden was tot de bouw van een vierbaansbrug in 2013 UNESCO-Werelderfgoed – ligt Dresdens Neustadt. De naam komt van een zeventiende-eeuwse stadsuitbreiding. Het deel van de Neustadt tussen de Elbe en de ovale Albertplatz is door de bombardementen van 1945 verwoest. Net als in de Altstadt is er herbouwd en nieuw gebouwd, maar de samenhang is verdwenen en aan een bepaalde kilte valt hier en daar niet te ontkomen. Maar ‘boven’ de Bautzner Straße heerst een andere sfeer; hier huist Dresdens hippe scene. Loop vanaf de Albertplatz de Alaunstraße in en u ziet andere cafés, restaurants en winkels. Zijstraten als Böhmische Straße en Louisenstraße zijn knusser, het is hier vriendelijk, kleinschalig en zeer gevarieerd. Veel oude huizen zijn mooi opgeknapt; panden die sinds het communistische verwaarlozingsbeleid nog niet door de schilder zijn bezocht bieden goedkope ruimte aan alto’s en kunstenaars. Overlopen door toeristen maar wel bijzonder is Pfunds Molkerei (Bautzner Straße 79); de zuivelwinkel is eind negentiende eeuw geheel bekleed met Villeroy & Bochtegels, ontworpen door lokale kunstenaars.

Richting Görlitz

Een aardige manier om Dresden oostwaarts te verlaten is de zuidelijke Elbe-oever te volgen, Käthe-Kollwitz-Ufer geheten; daar ligt trouwens ook camperplaats Sachsenplatz, over het fietspad langs de Elbe nog geen tien minuten van het centrum. Liefhebbers van ijzeren bruggen zullen met plezier over de Loschwitzer Brücke (kunt u als adres invoeren in de navigatie) rijden, meestal Das Blaue Wunder genoemd. De prachtige smeedijzeren Elbebrug werd in 1893 geopend; nieuw was toen de grote overspanning, een peiler in de rivier was niet nodig. Voorjaar 1945 wilde de Wehrmacht bij haar aftocht de brug opblazen; dappere burgers sneden echter de ontstekingskabel door.

Van daaraf kunt u weg nummer 6 nemen naar Görlitz; de Autobahn zou ook kunnen. Iets over de helft passeert u de oude hoofdstad van de streek Oberlausitz: Bautzen. Het middeleeuwse centrum aan de Spree telt zeventien torens. De straatnamen zijn hier tweetalig; de oorspronkelijke bevolking van dit gebied waren de Sorben, nu een West-Slavische minderheid in Duitstalig gebied. In Duitsland is Bautzen berucht vanwege twee gevangenissen die zowel door de nazi’s als door de Stasi werden gebruikt.

Prachtige stad aan de Poolse grens

Wie de film The Grand Budapest Hotel zag, kent al een van de belangrijkste gebouwen van Görlitz. De opnamen vonden namelijk deels plaats in het jugendstilachtige warenhuis uit 1913, dat stond toen toch leeg. In 2018 zou hier weer een warenhuis geopend moeten worden; het gebouw ziet er piekfijn uit. Het staat in de nieuwe stad van Görlitz, die met de autovrije Berliner Straße en de Straßburgpassage wel enige allure uitstraalt. Görlitz beschikt daarnaast over een van Duitslands mooiste oude binnensteden. Nadat de grauwsluier van de socialistische heilstaat was opgetrokken, kwam een prachtige Altstadt tevoorschijn, met ontelbare monumenten uit middeleeuwen, renaiassance en barok. Een wandeling over de sfeervolle Obermarkt en de nog mooiere Untermarkt leidt u, licht dalend, naar de Neisse, de rivier die sinds 1945 de grens met Polen vormt. Het Görlitzer stadsdeel aan de overkant heet sindsdien Zgorzelec. U loopt er zo naar toe, over de moderne voetgangersbrug; veel bewoners halen aan de overkant goedkope sigaretten en wodka. Als u van de brug terugloopt, omhoog langs het 13e-eeuwse Waidhaus (van wede, een plant die blauwe verfstof voor wol leverde) en de kerk, loop dan even door naar de mooi gerestaureerde Nikolaivorstadt, het oudste deel van Görlitz.

Via Zittau en Tsjechië naar de Elbe

Weg 99 voert naar Zittau, door het Neisselandschap en langs soms wat treurige plaatsjes als Ostritz, grauwe flats en (sterk) verwaarloosde huizen. Het centrum van het stadje Zittau maakt een wat betere indruk, hoewel de herinneringen aan schrale tijden voor het oprapen liggen; weinig gevelreclame bijvoorbeeld – die was er niet in de DDR, er was immers ook geen concurrentie. Dan de Zittauer Berge in: bij Oybin en Lückendorf is het landschap mooi, hier en daar ligt een hotel of een restaurant op een uitzichtrijke plek. Bijna ongemerkt passeren we de grens met Tsjechië. Op weg 13 slaan we rechts af, richting Deˇcˇín (38 km). Onderweg zijn de boodschappen goedkoop, net als de diesel. Deˇcˇín ligt aan de Elbe, die hier Labe heet. De weg naar Dresden voert pal langs de Elbe soms. Eenmaal weer over de Duitse grens is er een keur van campings en camperplaatsen, bijvoorbeeld bij kuurplaats Bad Schandau en het dorpje Königstein, plaatsjes die zichtbaar betere tijden hebben gekend. De Festung Königstein is imposant, hooggelegen, uitzichtrijk en een enorme toeristentrekker; de kern van het fort is een middeleeuws kasteel.

Niet missen: Bastei

De Sächische Schweiz, zoals het Elbsandstein-gebirge ook wel wordt genoemd, is een klassieke Duitse natuurbestemming. Vroeg in de negentiende eeuw waren kunstenaars, wild van het romantische landschap, de voorlopers. Het gebied is nog altijd een prima wandelbestemming, het toerisme maakt een ietwat bedaagde indruk. Maar ... het zou dom zijn om de Bastei niet te bezoeken. Het zandsteen van dit middelgebergte heeft door watererosie curieuze vormen aangenomen waaronder tafelbergen, kloven en hoge rotspeilers. Een goed voorbeeld van die laatste is de Bastei, een top-tienattractie in Duitsland. De camper kan worden geparkeerd, het laatste stuk moet worden gelopen. Het pad naar de Bastei (het bastion) loopt tussen een hotel en twee restaurants door. De rotsformatie kent grillige vormen. Vanaf een uitzichtplateau is er een wonderschoon uitzicht op het Elbedal; de rivier ligt bijna tweehonderd meter lager. De iets lager gelegen Basteibrücke werd in 1851 aangelegd.

Heerlijk toeren door het Ertsgebergte

Vanaf het aardige Elbestadje Pirna nemen we de mooie weg door het Müglitztal naar Glashütte, een plaatsje waar peperdure horloges worden gemaakt. Eigenlijk volgen we een deel van de Deutsche Alleenstraße, een ‘lanenroute’ die wordt gekenmerkt door rijkbeboomde wegen. Omdat de bewegwijzering op veel plekken ontbreekt, noemen we even de plaatsen langs de route: Dippoldiswalde, Frauenstein, Rechenberg-Bienenmühle, Sayda, Olbernhau, Marienberg, Wolkenstein, Annaberg-Buchholz, Schwarzenberg. Al die plaatsjes hebben wel iets om even voor te stoppen maar er zijn geen belangrijke bezienswaardigheden. Het Ertsgebergte is 150 km lang en ligt in Saksen en Tsjechië. Het ontleent zijn naam aan de ertsenrijkdom; zilver, koper en tin waren de belangrijkste. Vanaf de vijftiende eeuw heerste hier een ware zilverkoorts. In rap tempo werden er nederzettingen aangelegd; het bosrijke gebergte raakte bewoond. Toen de mijnen vanaf de negentiende eeuw leken uitgeput, ging men voor de inkomsten over op houtsnijden en speelgoed maken. Een museum over de mijnbouw is te vinden in Annaberg-Buchholz, waar ook een bijzondere kerk staat, de Annenkirche. Annaberg was in de zestiende eeuw groter dan Leipzig en een van de rijkste steden van Duitsland. Volkscultuur is nog altijd belangrijk in het Erzgebirge; de kerstmarkten in de adventstijd spelen daarin een hoofdrol.

Zwickau autostad

Via Aue en Schneeberg rijden we over de Silberstraße naar Zwickau, een van de grote industriesteden van Saksen. De laatgotische dom van Zwickau heeft een mooi ribgewelf en de ernaast gelegen middeleeuwse Priesterhäuser zijn verbouwd tot een (gratis) museum dat de moeite waard is. De niet-opgepoetste stad is vooral bekend door een ruime eeuw auto-industrie. In de voormalige Auto Union/Audifabriek, Audistraße 7, is het August-Horch-Museum gevestigd. Horch begon in 1904. Naast het luxemerk Horch werd hier de goedkopere Wanderer gemaakt. Horch stichtte ook het merk Audi en in de jaren dertig kwamen de merken, inclusief DKW, bijeen in Auto Union AG; het logo bestond uit vier met elkaar verbonden ringen (nog altijd het Audilogo). Vanaf 1949, toen de DDR ontstond, was het gedaan met de luxeauto’s. In de fabrieken werden goedkope en eenvoudige autootjes gemaakt, de Trabant. Het museum heeft een leuke, pakkende presentatie. Ook de wereld rondom de auto’s komt aan bod. Zo biedt in het achterste deel de Trabantexpositie een interessant tijdsbeeld.

Tekst: Harry Schuring

Foto’s: Erzgebirge Tourismus, Volkswagen Sachsen GmbH, Tourismus Marketing Gesellschaft Sachsen, Harry Schuring

Laat een reactie achter