Met een camper reizen door Chili

Op weg naar het einde van de wereld - deel 2

Chili is het ‘langste’ land ter wereld. Van noord naar zuid meet het een dikke 4000 km, ongeveer de afstand tussen de Noordkaap en Gibraltar. Het heeft een overvloed aan grondstoffen. Zo ligt hier de grootste open kopermijn ter wereld. Chili is verder een kampioen in droogte én in natheid. In het noorden ligt de woestijn Atacama. Daar zijn plaatsen waar naar verluidt in 400 jaar geen regen is gevallen. 2500 km naar het zuiden ligt het eiland Chiloé. Met 3000 mm per jaar is dat een van de natste plekken op aarde.

Chili is ook kampioen in natuurschoon: schitterende meren, vruchtbare dalen, torenhoge bergen bezaaid met vulkanen en stranden waar honderden vogels de vloedlijn afspeuren naar voedsel. In elke omgeving zien we leven. Een woestijnvos die ‘s ochtends rond de auto snuffelt, een eenzame pelikaan die op de golven dobbert, gieren die traag in de lucht cirkelen, zeeleeuwen die de kust afstruinen, lama’s en pinguïnkolonies op een geïsoleerd eiland. Twee streken hebben de meeste indruk gemaakt, de Atacama woestijn en het kletsnatte eiland Chiloé. Misschien wel omdat beide gebieden een interessant verhaal vertellen. En natuurlijk Patagonië, met Vuurland als klapstuk.

Inés, de vrouwelijke conquistador

Vanuit Bolivia rijden we door de Atacama woestijn richting kust. De weg is nieuw. Eerst passeren we een aantal zoutmeren. Stapels zout liggen langs de kant van de weg. Er is nauwelijks verkeer. En er is nog minder vegetatie. Men zegt dat het hier droger is dan in de Sahara. Niet onaannemelijk, gezien het geblakerde landschap. Naarmate we verder gaan, neemt de wind in kracht toe. Het waait met flarden en vlagen. We komen terecht in een zandstorm. Het duurt maar even, en is weer snel voorbij. De wind was echter zo hard dat een van de zonnepanelen van het dak van onze auto is geblazen. Zonder dat we het merkten.

Als je hier rijdt, kun je je goed voorstellen hoe de vroegere Spaanse conquistadores door de woestijn trokken. Onlangs herlazen we het boek van Isabel Allende over Inés Suárez. Zij was de enige vrouwelijke conquistador en een van de stichters van Santiago, de huidige hoofdstad van Chili. In 1540 vertrok een karavaan onder leiding van haar minnaar, Valvidia, vanuit Peru naar het zuiden om het huidige Chili te veroveren en nederzettingen te stichten. Ze trokken door de Atacama (waar wij eeuwen later ons zonnepaneel verliezen) en leverden regelmatig strijd met de indianen. Inés beschikte over de gave om water te vinden en zij behandelde en verzorgde de gewonden. Eenmaal uit de woestijn stichtten ze Santiago. Een half jaar later werd Santiago bij een aanval door de indianen geheel verwoest. Door het onverschrokken optreden van Inés – zij onthoofdde zeven indiaanse gijzelaars en liet de hoofden in de strijdende massa gooien – gingen de indianen, hoewel aan de winnende hand, er geschrokken vandoor.

Het eiland Chiloé

Over goede wegen reizen we naar Chiloé, een mooi eiland. Door de overvloedige regenval is het er zeer groen. Het doet wel wat aan Ierland denken, een licht glooiend, rollend landschap. Aan de westkust beukt de Stille Oceaan op de lange, lege stranden. Op eilandjes voor de kust vind je pinguïns. Als je geluk hebt zie je walvissen zwemmen. De kustlijn is grillig. Hij kronkelt in de meest wonderlijke vormen onder weidse wolkenluchten. Het eiland bezit een beroemd nationaal park. Darwin heeft indertijd deze plaats aangedaan met de Beagle.

Chiloé is ooit door Nederlanders veroverd. In de Gouden Eeuw hadden de Hollanders een flink stuk van Brazilië bezet. Nederland was in die tijd in oorlog met Spanje. Gouverneur Johan Maurits, een Duitse graaf in dienst van de Republiek, wilde een tweede front vormen en de Spanjaarden uit Zuid Amerika verdrijven. Dat zou de druk op de oorlog in Europa verminderen. En het zou nog mooier zijn als hij de belangrijkste financiële bron van de Spanjaarden voor hun oorlogen kon overnemen, namelijk de zilvermijn van Potosí waar we in ons vorige verslag over schreven. Het plan was om een expeditie naar het zuiden van Chili te sturen. De gouverneur wilde proberen om de daar aanwezige indianen tot bondgenoot te maken en op te rukken naar Bolivia om de zilvermijnen te veroveren. In 1643 zeilden vijf schepen van Nederlands Brazilië naar Vuurland, rondden Kaap Hoorn en kwamen na bijna vijf maanden aan op het eiland Chiloë.

In de voorbereiding van onze reis door Zuid Amerika hadden we het oorspronkelijk scheepsjournaal van de expeditie in boekvorm aangeschaft. Het is weliswaar in oud Nederlands geschreven maar is nog goed te lezen. Met dit journaal in de hand zijn we naar de plaatsen gegaan waar de gebeurtenissen indertijd plaatsvonden.

De expeditie

De eerste taak van de expeditie bestond er uit om contact te zoeken met de indianen om te proberen een bondgenootschap te sluiten. Men moest bij het contact benadrukken dat Nederland en de indianen een gemeenschappelijke vijand hadden, namelijk de Spanjaarden. Dat lukte goed, de voorouders van deze indianen hadden zware mishandelingen door de Spanjaarden meegemaakt, met name wanneer er te weinig goud werd geleverd. De expeditie verliep in eerste instantie voorspoedig. Zonder al te veel problemen werden de Spaanse fortificaties ingenomen. Bij de nadering van de Nederlanders sloegen de Spanjaarden al op de vlucht. In een paar weken tijd was het hele eiland veroverd.

We bezoeken de plaatsen die de Nederlanders hadden veroverd. Zoals verwacht is er nauwelijks nog iets dat aan deze tijd herinnert: een oude Nederlandse kaart aan de wand van de veerboot, de naam van bevelhebber Brouwer in een historisch overzicht in een museum. En natuurlijk de beschrijving van de kust. Met het journaal in de hand kun je zien dat deze heel nauwkeurig is geweest.

Hoe is de expeditie verder afgelopen? Niet al te best. Hendrik Brouwer kwam te overlijden. Zijn opvolger vervolgde het plan zo goed en zo kwaad als het ging. Een kleine vijfhonderd indianen kwamen aan boord van de schepen voor de volgende fase. Maar de relatie met de indianen verslechterde, vooral omdat de opvolger telkens over de betaling in goud begon, en door de geschiedenis van hun voorouders waren de indianen daar juist allergisch voor. Gevolg: de indianen hielden op met de bevoorrading van de expeditie. Noodgedwongen zeilde men terug naar Nederlands Brazilië. Van een vervolg is het nooit meer gekomen.

Ruta Austral

We rijden van Chiloé over de Carretera Austral naar onze meest zuidelijke bestemming, Vuurland. Het is een afstand van ruim 2000 km. Het eerste deel van de route is van een ongekende schoonheid, de natuur is overweldigend. Schitterende landschappen rijgen zich aaneen. Het één is nog mooier, fraaier, prachtiger dan het andere. Kale rotsen, witte bergen, blauwe meren, grillige pieken, gletsjers, groene weiden. Het gaat maar door. We kennen geen streek met zoveel natuurschoon. Elke dag is een feest. Een bombardement van indrukken.

Vuurland

Op Vuurland krijgen we de eerste echte autopech. De stuurbekrachtiging valt uit. Nadere inspectie leert dat het oliereservoir kapot is. Er druipt olie op de grond en er bungelt een slangetje. Ook de V-snaar ziet er nogal rafelig uit. Vermoedelijk is de schade veroorzaakt door een opspringende steen. Op steenslagwegen zijn die onvermijdelijk maar meestal zonder gevolg. Deze keer niet dus. Het eerstvolgende wat grotere plaatsje is Rio Grande; het ligt 80 km verder. Onderweg gaat het sturen ontzettend zwaar. Bij scherpe bochten moet je echt aan het stuur trekken om de auto de bocht door te krijgen. Op rechte stukken is het vooral de wind die ons parten speelt. Met vlagerige zijwinden tot wel 100 km per uur vergt het heel wat inspanning om de bus netjes op de smalle weg te houden. Als we Rio Grande binnenrijden realiseren we ons dat het zaterdag is. De kans op reparatie lijkt klein. De Mercedesgarage is inderdaad gesloten. We vragen bij de naastliggende spuiterij wanneer de garage open gaat. Maandag weer. ‘Maar’ zegt de man, ‘wacht even, misschien weet ik wel iemand die kan helpen.’ Hij verdwijnt en komt even later terug met een monteur, dik onder de olie en het vet. Hij is Mercedesmonteur en werkt nu voor zichzelf. We bekijken de schade. De pot en de V-snaar moeten vervangen worden. En nu hebben we echt geluk. Hij blijkt precies de pot van het juiste type en nummer in voorraad te hebben. En hij is bereid om ons meteen te helpen. We spreken een bedrag in US dollars af en de man gaat aan de slag. Drie uur later zitten we weer op de weg na de monteur hartelijk bedankt te hebben.


Ruta del Fin del Mundo

En het is een bijzondere weg die we nu volgen in het zuiden van Patagonië, namelijk ‘De Weg naar het Einde van de Wereld’. Door een schitterend landschap kronkelt een onverharde weg naar het meest zuidelijke punt van de bewoonde wereld. We komen deze dag twee auto’s en een paar motorrijders tegen. Het landschap is even grillig als het weer. Soms is het kaal met zo af een toe een boom die geheel misvormd is door de heersende windrichting. Dan weer is het bergachtig met bossen waarin bomen van vierhonderd jaar oud rechtop de wacht houden. De weg houdt op bij een soort zendmast van de Argentijnse marine. Niet echt heel poëtisch voor een plek die zich Het Einde van de Wereld noemt.

We klimmen naar beneden naar het strand en kijken naar verre eilanden, wateren en baaien. Sommige hebben bekende namen: Stateneiland (Isla de los Estados), Isla Barnevelt, Nassau Baai, Le Maire Straat en Kaap Hoorn. Het zijn de restanten van Hollands groots maritiem verleden. Ergens daar aan de horizon in het oosten moeten vierhonderd jaar geleden Nederlandse schepen gevaren hebben, die voor het eerst de meest zuidelijke punt zijn gepasseerd. Dat is Kaap Hoorn, vernoemd naar de woonplaats van Willem Schouten, de Nederlandse ontdekkingsreiziger die hier in 1616, samen met Jacob Le Maire, op zoek was naar een doorgang naar het Verre Oosten Je kunt er niet omheen: de plek die men Het Einde van de Wereld noemt, nodigt je uit om de Nederlandse geschiedenis te overdenken.

Tekst en foto’s: Harry Fitié en Marleen Schreuder

Laat een reactie achter