Nazomer met de camper in Nederland

Tot aan de grens en soms er overheen

De zomer van 2018 blijkt een fenomenale nabrander in petto te hebben. Oktober breekt alle warmterecords. Plannen om met de buscamper naar Zuid-Europa te reizen sneuvelen door een gebrek aan tijd. Dan maar in Nederland wandelen en fietsen. Het nieuwe reisdoel: tot de grens - en soms er overheen.

Het is al begin oktober en we hebben nog geen tweeduizend kilometer op de teller staan van onze nieuwe Bürstner City Car buscamper. Verplichtingen steken opnieuw een spaak in het wiel. Het plan om naar Spanje te rijden blijkt onhaalbaar, net zoals Bordeaux aan de verre kant lijkt in de dikke week die we vrij hebben.


IJsselstein

Familiezaken nopen tot een eerste tussenstop in IJsselstein. Op goed geluk belanden we bij De Voormolen. Eerlijk gezegd zijn de verwachtingen niet al te hoog gespannen bij dit 45-plus caravanpark. Met prachtig weer draaien we het terrein op, waar pal aan de Hollandse IJssel een schilderachtig uitzicht wacht op de Lopikerwaard. De hond van de – enige – buurman komt eens poolshoogte nemen. Ganzen gakken er lustig op los om na een uurtje met zijn allen te water te gaan. Een enkele kanovaarder passeert geruisloos. Zoals Jeroen, eigenaar en beheerder, zegt: ‘Er gebeurt hier niets, maar er is genoeg te zien.’

De ochtend begint even mooi als de avond eindigde. Koeien lijken te zweven boven de laaghangende mist. Een bloedrode zon kondigt opnieuw een zomerse dag aan. Het stadje IJsselstein met zijn Sint-Nicolaasbasiliek en de altijd aanwezige Gerbrandy-zendtoren om de hoek vormt een prima uitvalsbasis voor een fietstocht. Een pontje overbrugt het laagstaande water in de Lek van Nieuwegein naar Vianen. De Lekdijk voert ons langs de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar Culemborg. Dwars door polders en langs het Amsterdam-Rijnkanaal zijn we na een kleine zestig kilometer fietsen weer terug bij De Voormolen.

Heijenrath

Met de klei van de Hollandse IJssel aan de banden rijden we naar de mergel in Limburg. ‘Lagere schoolkennis’ schampert de reisgenote, die wel onder de indruk is van de vrijwel verlaten boerderijcamping Heuvelland Oaze in Heijenrath. Tiny Mingels runt de camping annex restaurant samen met haar dochter en schoonzoon. Ze heeft de leeftijd nog ietsje verder opgeschroefd dan De Voormolen. Hier zijn vooral vijftigplussers welkom. Het luxe-sanitair is ruim en blinkend schoon. In de fietsenstalling staat een eregalerij aan bekers en oorkondes. Het zijn herinneringen aan de tijd dat de man van Tiny een succesvolle fokker van stieren was. In de stal liggen op hun gemak twee Blonde d’Aquitaine-stieren te wachten op de dingen die komen gaan.


Op eigen kracht

De zon brandt ongenadig als we te voet op weg gaan naar Epen om langs de meanderende Kleine Geul in Mechelen uit te komen. Een wandeling van zo’n zeventien kilometer door het Mergelland levert prachtige vergezichten op. De volgende dag gaat het opnieuw op en af, deze keer op de fiets. De eerste kilometers vooral af richting Slenaken en Gulpen. Het is dan ook niet de afstand van een kleine veertig kilometer die ons op de pedalen doet staan, maar wel de te overwinnen hoogtemeters. Halverwege de tocht kijk ik bij Ubachsberg wat jaloers naar al die elektrische fietsen die probleemloos passeren. Die afgunst verdampt als ik even later iemand met een lege accu zijn fiets een heuvel op zie sleuren. De reisgenote trapt ondertussen, zonder hulpmotor, de meesten probleemloos uit het wiel.

Taalstrijd

We staan met onze buscamper letterlijk bovenop de grens tussen Nederland en België. De stokoude grenssteen ligt tien meter achter de camper. Even te laat remmen en je belandt in de Voerstreek. Vlamingen en Walen gingen hier decennia lang met elkaar op de vuist nadat de streek in 1963 officieel Nederlandstalig werd.

Smokkelaars

Een paar honderd meter van camping en grens ligt café-restaurant De Smockelaer, een naam die herinnert aan de even populaire als illegale handel in onder andere boter en sigaretten. Smokkelaars en veldwachters speelden doorlopend een kat- en muisspel, soms op leven en dood. ‘Een leven vol smokkel, prostitutie en ander vrijbuitersgeluk’, schrijft Philip Dröge in zijn boek Moresnet – Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje. Neutraal Moresnet was ruim honderd jaar een ‘staatkundig misverstand’. Nu is het, als Neu-Moresnet, een Belgische deelgemeente die iets verderop ligt. ‘Het was het Wilde Westen in het diepe zuiden van Limburg’.


Maastricht

Van die woeste tijden is niets meer te merken als bus 57 ons vanaf Heijenrath met een mooie rit naar Maastricht brengt. Hier hangt dezelfde lome warmte boven de volgepakte terrassen die je alleen op hoogzomerse dagen vindt. Een vallend blad in de cappuccino is een minimaal signaal van de naderende herfst.

We blijven in hogere sferen bij de fantastische boekhandel Dominicanen. ‘Duizenden boeken in een hemelse ambiance’, zoals de website de winkel afficheert, is niets teveel gezegd. Om de hoek liggen de protestantse Sint-Jan en de katholieke Sint-Servaas. Hé, alweer de tweede basiliek deze week. Niet om een record te vestigen, maar met het branden van een kaarsje voor onze overleden dierbaren in Onze Lieve Vrouw ‘Sterre der Zee’ hebben we zelfs onze derde basiliek te pakken. Een korte wandeling door de opmerkelijke wijk Céramique brengt ons naar het Bonnefantenmuseum. De laatmiddeleeuwse schilderkunst gaat de competitie aan met Melanie Bonajo ‘How to unmodernize yourself and become an elf in 12 steps’. Tijd voor bus 57.

Groesbeek

Nog een paar dagen voor de rit naar huis. We stoppen in Groesbeek. Op het bord bij camping Op den Stuwwal staan met viltstift de plaatsen geschreven die we kunnen uitkiezen. Ruimte te over met zicht op Klein Amerika, Groesbeek en in de verte het Duitse Reichswald. De zon blijft volop schijnen. Bovenop de heuvel staat een stevige wind. ‘Het mooiste van deze camping is dat je was snel droogt’, laat een vaste gast zich ontvallen. Met die typering doet hij Op den Stuwwal zwaar tekort: rust, ruimte, schoon, winkels in de buurt en wandel- en fietsmogelijkheden in overvloed.

Market Garden

Ruimte en zicht waren er ook in 1944. Op dezelfde plek in Klein Amerika landden op 17 september duizenden parachutisten tijdens operatie Market Garden om de Duitsers terug te jagen naar hun Reichswald. De sporen van die strijd zijn overal zichtbaar: informatieborden, monumenten, kransen. Vlakbij de camping staat het ijzeren skelet van een Waco CG-4 militair zweefvliegtuig. In Groesbeek en omgeving zijn in september 1944 honderden van die gliders geland. Kennelijk zit er nog altijd munitie in de grond. Specialisten van de Explosievenopruimingsdienst scharrelen tussen de koeien met metaaldetectors in de aanslag.

We wandelen via de provinciale N 841, beter bekend als de Zevenheuvelenweg – een roemruchte etappe tijdens de vierdaagse – naar Nijmegen. Halverwege ligt het Groesbeek Canadian War Cemetery, de laatste rustplaats van 2.598 gesneuvelde militairen.

Pittige fietstocht

De wonderbaarlijke zomer van 2018 weet niet van wijken. Ook niet als we op de fiets stappen. Via de Mookerheide – ook zo’n berucht slagveld – gaat het richting Kranenburg. Voor we het weten zitten we in Duitsland, terwijl we nog zo afspraken dat we tot de grens zouden gaan en niet verder. De naambordjes veranderen en langzaam maar zeker verdwijnen ook de knooppunten uit beeld. Pas in Millingen aan de Rijn pakken we de draad weer op. Langs de Waal, door de Ooijpolder waar natuurgebied de Gelderse Poort volop in ontwikkeling is, belanden we na pittig klimmen en snoeihard dalen in Groesbeek. Met een kleine zeventig kilometer op de teller is het mooi geweest. Thuis kijken we naar beelden uit Zuid-Europa. Het is er noodweer.



Tekst en foto's: Leon van Velzen

Laat een reactie achter