Met de camper langs de trappistenbrouwers in België

Een gevariëerd rondje door België en Noord-Brabant

Nog geen vijf jaar geleden kwam er een nieuw Nederlands trappistenbier op de markt, Zundert geheten; het wordt gebrouwen binnen de muren van klooster Maria Toevlucht. Veel bekender zijn bijvoorbeeld Westmalle, Rochefort, Chimay en Orval. Het ooit tot ‘beste bier ter wereld’ bestempelde Westvleteren kan uitsluitend bij en tegenover de West-Vlaamse abdij worden gedronken. Ga met ons mee op pad en maak een ongebruikelijke reis door België. Een camper en een goede wegenkaart zijn alles wat je nodig hebt voor een reis over binnenwegen. Trek er, minimaal, een week voor uit; er is onderweg zo veel te zien en te beleven.

Op vrijdagmiddag kunnen we de Volkswagen California Ocean ophalen bij Campercentrum Nederland in Amersfoort. Thuis even wat spullen inladen en meteen op pad, het is prachtig zomerweer. De abdij Maria Toevlucht was logischerwijs ons eerste doel, maar omdat de kloosterwinkel alleen ’s middags open is, verschuiven we die naar het eind van ons reisje. Na een heerlijke nacht in de daktent van de VW op het mooie en relaxte Natuurkampeerterrein ’t Beekdal bij Chaam, rijden we al ’s ochtends het parkeerterrein op van Café Trappisten, tegenover de abdij van Westmalle.

Westmalle

We komen daar niet om bier te drinken, de dag is nog lang. En het verrukkelijke Westmalle is ons, net als de meeste trappistenbieren, goed bekend – we willen wat sfeer opsnuiven. In het moderne, ietwat saaie gebouw van Café Trappisten zijn evengoed lekkere koffies te krijgen en op het terras koesteren we ons in de vroege zomerzon. Na wat rondkijken vraag ik aan de bar om inlichtingen. Uiteindelijk word ik te woord gestaan door een zeer goed geïnformeerde man. ‘De folder van de wandeling om het klooster is op’, zegt hij na een poosje zoeken, ‘maar de route van circa 3 km is goed te volgen met de palen die tegenover het café beginnen’. Op www.atww.be staat informatieve uitleg (geschikt voor smartphone) bij de route die een klein uur vergt. Na een prettige mijmerwandeling over de dreven rond de abdij zien we vlak voor het eind diezelfde man weer, hij staat met een groepje mensen bij de abdijpoort. Hij wenkt en vraagt of we mee naar binnen willen. En zo maken we de nonen mee. De korte gebedsdienst wordt door een dozijn paters en fraters in stijlvolle witte habijten met-een zwarte scapulier (schouderkleed) uitgevoerd; een zeer ingetogen kwartiertje. Voor informatie over langere wandelingen en fietstochten rond de abdij kun je terecht bij Café Trappisten.

Naar Westvleteren

Omdat we diezelfde dag nog Westvleteren willen bezoeken en de Last Post in Ieper willen meemaken, namen we de snelweg richting Kortrijk. Een verstandig mens neemt meer tijd en mijdt de snelwegen. Het stadje Lier bijvoorbeeld verdient echt een bezoek en de omgeving van Diksmuide/Ieper biedt veel zichtbare herinneringen aan de Grote Oorlog, de hel op aarde van een eeuw geleden.

‘Acht is de beste’ wordt ons meteen toegeroepen als we een plekje in de schaduw vinden op het grote, rustieke terras van ‘In De Vrede’, het café tegenover de Sint-Sixtusabdij. ’Twaalf vinden wij te zoet’ – het oudere stel naast ons vertelt glunderend dat ze hier elke week komen. Net als wij genieten alle mensen op het terras van de donkerbruine of goudkleurige godendrank in hun kelkglas. We moeten nog verder, anders zouden we met veel liefde nog zo’n zacht smakend, sterk bier bestellen. Omdat het klooster zelf niet is te bezoeken, heeft ‘Ontmoetingscentrum In De Vrede’ het Claustrum; daar kan iets van het contemplatieve kloosterleven worden ervaren.

De zeer beperkte verkrijgbaarheid van Westvleteren – alleen bij de abdij – draagt zonder twijfel bij aan de mythische faam van dit trappistenbier. In het nabije verleden hoorde je over lange files in de Donkerstraat om kratjes Westvleteren te kopen, die dan wel eerst via de Biertelefoon besteld moesten zijn. En per auto kon er slechts een beperkt aantal kratten (‘bakken’) worden gekocht, dat soort dingen. Het was de tijd waarin Westvleteren een hype was, onder meer doordat op een Amerikaanse website de 12 was uitgeroepen tot het beste ter wereld. Nog altijd is het bemachtigen van een krat Westvleteren een ritueel, maar nu is er een website. Op sintsixtus.be is te vinden wanneer de verkooppoort (Donkerstraat 12, aan de linkerkant van de abdij) is geopend, welk bier er te koop is en hoeveel kratten per kenteken (met dat kenteken kan pas twee maanden later weer bier worden gekocht!). Vervolgens moet worden gebeld voor een reservatie en die lijn is vaak bezet. Je telefoonnummer wordt onthouden, de eerste twee maanden na een reservatie krijg je geen verbinding! Het bier doorverkopen is uit den boze. Overigens verkoopt het winkeltje van In De Vrede altijd (indien voorradig) doosjes met zes flesjes 8, 12 of Blond.

De Westhoek

De glooiende Westhoek, tegen de grens met Frankrijk gelegen, is een streek om naar terug te keren, voor het landschap, stadjes als Ieper en Poperinge, dorpen als Watou (brouwerijen en cultuur) en natuurlijk de vele herinneringsplekken van de Eerste Wereldoorlog. Wie de hartroerende roman Dertig Dagen van de Oost-Vlaamse Annelies Verbeke las, heeft nog meer redenen. Wij brengen, na een mooie rit door het Heuvelland waarbij we ook hopvelden zagen, de avond door in het na WO I herbouwde Ieper. Bussen vol met Engelsen zijn tegen acht uur ’s avonds bij de Menenpoort voor het dagelijkse (!) ritueel van de Last Post voor de honderdduizenden gevallenen rond Ieper. De verschrikkelijke loopgravenoorlog tussen 1914 en 1918 vergde in totaal tussen tien en twintig miljoen levens.


Wallonië in

De volgende ochtend, na een nacht op de stadscamping van Ieper, bezoeken we nog Tyne Cot, een indrukwekkende, bijna schilderachtig gelegen Britse oorlogsbegraafplaats bij Passendale, een van de grootste slagvelden in de ‘Derde Slag om Ieper’ in 1917.

Nog wat beduusd van het grove oorlogsgeweld zetten we koers naar de grotendeels Franstalige provincie Hainaut (Henegouwen). Voor het industriestedencluster tussen Kortrijk en Lille vinden we het te warm, de eerste stop houden we in Tournai, ook bekend als Doornik, met Tongeren de oudste stad van België. Het monumentale stadje is levendig en een wandeling langs de oude gebouwen – Tournai was van de vroege tot de late middeleeuwen een belangrijke stad in West-Europa – is een aanrader. De romaanse en gotische kathedraal in lokale blauwgrijze kalksteen, het hoge Belfort, de 13e-eeuwse Scheldebrug en de Grand Place met omliggende steegjes zullen niet teleurstellen. Deze keer laten we Mons (Europese cultuurhoofdstad 2015) links liggen, maar die stad is ook best een bezoek waard, net als de verbazingwekkende scheepsliften bij La Louvière.

De Chimay Experience

Die ondergaan we in de Auberge de Poteaupré, een halve kilometer van de abdij Notre-Dame de Scourmont. Dat is de bakermat van een van de meestverkochte trappistenbieren, Chimay. Het klooster ligt een kilometer of tien ten zuiden van het stadje Chimay, mooi in de natuur en dicht bij de Franse grens. Het werd rond 1850 gesticht vanuit de abdij van Westvleteren. Als je intekent voor de ‘Experience’ – wij vinden dat woord wel wat overtrokken – dan bezoek je een tentoonstelling in de ‘Espace Chimay’, eigenlijk samen met de winkel de rechterkant van de genoemde Auberge. Ze gebruiken wat veel namen voor hetzelfde. Je krijgt een nogal statische tablet waarmee je ook de tienminutenwandeling door het bos kunt maken naar de abdij van Scourmont. Dat is allemaal aardig maar niet spectaculair. Terug in de Auberge/Espace volgt het hoogtepunt: de dégustation van een van de Chimaybieren: goud, rood, tripel of blauw; van vijf naar negen procent. Eten kan in de Auberge en op het terras met uitzicht.

Een stukje door Frankrijk

Niet de snelste maar wel de leukste route tussen Chimay en Orval voert door de Franse Ardennen, langs de Maas en vervolgens langs de Semoy die in België Semois heet – een fijne rit. Wij stoppen even in Rocroi, een rustig stadje dat door zijn ligging nabij de grens een militair karakter draagt. De gave, stervormige vesting werd in de 17e eeuw door Vauban aangelegd. De route langs Maas en Semoy/Semois is goed op een wegenkaart te volgen. Het toeristische stadje Bouillon kun je aandoen of mijden.

Orval – het mooiste klooster?

In een zeer groene en rustgevende streek ligt op een mooie plek de abdij van Orval. Al in de 11e eeuw stichtten Zuid-Italiaanse benedictijnen hier een klooster, later in handen van cisterciënzers. Het was welvarend en invloedrijk maar de tijden waren soms roerig. De huidige kloostergebouwen werden na 1926 ontworpen door Henri Vaes. Het terrein had ruim een eeuw braak gelegen, verlaten sinds in 1793, tijdens de Franse Revolutie, alle Rooms-katholieke erfgoed het zwaar moest ontgelden. In een mooie lichte steensoort werd een neoromaanse stijl gebruikt. Het is een mooi geheel al komen sommige bouw- en beeldvormen wat intimiderend op me over. Architect Vaes ontwierp ook het mooie Orvalflesje en het kelkglas.

Je kunt vrij rondzwerven over het schilderachtige terrein van de ruïnes en onder in de huidige kerk. Op allerlei plekken zijn er tentoonstellingen of informatieborden, ook over de brouwerij. De winkel verkoopt naast Orvalbier souvenirs en boeken.

Om het kostelijke Orval – internationaal vermaard bierkenner Michael Jackson zegt er over: ‘Geen enkel bier is perfect maar Orval is een meesterwerk’ – in deze omgeving te proeven moet je een paar honderd meter teruglopen, naar het modern vormgegeven café À l’Ange Gardien. Jackson roemt het raffinement en ‘de complexe smaken [ … ] die zich openstellen zoals een ui die men pelt’. Het wordt geserveerd uit de fles. Als extraatje schenkt men hier, exclusief en van de tap, Orval Vert, een blonder bier met 4,5 % volume-alcohol. Het is een tikje minder bitter en wat wateriger dan het echte Orval, de monniken drinken het soms bij de maaltijd.


Rochefort

De abdij Notre-Dame de Saint-Rémy ligt een paar kilometer ten noorden van het toeristische stadje Rochefort. Je kunt er binnendoor naar toe wandelen, over een uitzichtrijk pad. Maar er is weinig te zien hier. De cisterciënzers van de strikte observantie, zoals de trappisten voluit heten, leven van het werk met hun handen en belijden hun geloof in een zo groot mogelijke rust. Dat is moeilijk te combineren met toerisme. Wel kun je, door een poort links van de kerk. een glimp van de brouwerij opvangen. De neoromaanse kerk is beperkt toegankelijk: vanachter een hek zie je het schip met de rondbogen en de sobere houten zoldering. In de narthex (voorhal) staat een erg mooie romaanse doopvont met beeldjes van de twaalf apostelen.

De monniken brouwen in alle rust en wars van trends, net genoeg om zelf te overleven en wat goede doelen te steunen. Het klooster beschikt over een eigen bron die (mede) voor het bier wordt gebruikt en naar verluidt gaat er koriander in de kookketel. 6, 8 en 10 zijn de namen van het bier, de 10 is met 11,3 % alcohol de sterkste trappist. Bij het klooster is geen café en ook geen winkel. De bieren zijn verkrijgbaar bij de VVV van Rochefort en in diverse winkels, net als in Nederland eigenlijk.

Weer naar het noorden

Door de mooie streek Famenne tuffen we noordwaarts, op weg naar Achel. Met een grote boog rijden we om Luik heen, boeiende stad overigens. Maar vandaag nemen we een kijkje in het veel kleinere Tongeren, een van de oudste steden van België. Het Romeinse verleden van de stad is zichtbaar gemaakt in een modern museum achter de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek. Dat is een grote, gotische kerk uit de 13e eeuw en later, aan de Grote Markt. De kerk bezit prachtig beeldhouwwerk, een rijke kerkschat en een mooie kloostergang rechts van het koor. Vlak bij de 14e-eeuwse Moerenpoort ligt de sfeervolle Begijnhof.


Achel

Klooster De Achelse Kluis, op de grens met Nederland gelegen, werd in 1845 gesticht als een dochterhuis van Westmalle. Er werd ook bier gebrouwen maar in 1917 pikte de Duitse bezetter de brouwketels ten behoeve van de wapenindustrie. Sindsdien werd van de opbrengsten van de boerderij geleefd. Maar eind vorige eeuw bleek het moeilijk de abdij met minder en oudere broeders draaiend te houden. Toen werd gekozen voor het opnieuw beginnen met een brouwerij. Met Westmalle werd een samenwerking afgesproken. Na een aantal probeersels bestaat het aanbod nu uit twee bieren van 8%, Bruin en Blond. Achel brouwt ook Blond Extra en Bruin Extra met 9,5% alcohol; die bieren zijn in de kloosterwinkel verkrijgbaar in flessen van 75 cl.

Bij uitzondering vinden we hier een café binnen de kloostermuren. Het is niet het charmantste café dat we op deze reis zagen en ook het grote terras kunnen we gerust eenvoudig noemen, maar het ìs er en het wordt goed bezocht. Vooral fietsers weten de herberg te vinden. Let op: pinnen niet mogelijk! Vooraan rechts is er een plattelandslevensmiddelenwinkel met ook originele producten (bijzondere kaas en honing). Achterin is het walhalla van de bierliefhebber; het ‘Schuurke van broeder Martinus’ met heel veel soorten kloosterbier waaronder alle trappisten behalve natuurlijk Westvleteren. Hier kun je wel pinnen, gelukkig. Voorts verdient ‘de galerie’ vermelding, een enorme winkel met vooraan religieuze artikelen en achteraan boeken: religieus (ook Luther en protestantisme), toeristisch, historisch (WO I, WO II), over trappistenbier, spiritualiteit en meer; ook tweedehands. Een aanrader! Iets voor de hoofdpoort staat een replica van ‘De Draad’, een draadversperring die de Duitse bezetter in 1915 aanlegde om te voorkomen dat Belgische oorlogsvrijwilligers en Duitse deserteurs naar Nederland uitweken. De versperring was 332 km lang en op de draden stond, doorgaans, tweeduizend volt. Aanraking betekende meestal de dood door elektrocutie. Schattingen van het aantal dodelijke slachtoffers van de Dodendraad lopen uiteen, een Belgische onderzoeker kwam op 850.


Koningshoeven brouwt La Trappe

Onder de rook van Tilburg en dicht langs de A58 vinden we Abdij Koningshoeven. Over een mooie dreef bereiken we de poort. Door een mooi aangelegde tuin wandelen we langs de winkel naar ‘de schaapskooi’, een bijzonder gestileerd café-restaurant (2008) met een rieten dak. Binnen is het al even modern en er is een comfortabel terras. Met ook nog eens een verantwoord samengestelde menukaart en een vriendelijke bediening constateren wij dat dit ‘het beste’ proeflokaal is dat we op deze reis bezoeken. Pieken en dalen tekenen de brouwgeschiedenis van dit klooster die in 1884 begon. Na connecties met Artois, Oranjeboom en Bavaria mag La Trappe sinds 2005 officieel ‘Trappist’ worden genoemd. Maar liefst acht bieren worden hier gebrouwen plus een bock in de herfst. Tip: van het zwaarste bier, de Quadrupel, is alleen in de kloosterwinkel de variant ‘Oak aged’ verkrijgbaar, gerijpt in eikenhouten wijnvaten. Dagelijks is er een rondleiding door de brouwerij met een filmvertoning, eindelijk een brouwerij die je kunt bezichtigen! Je vraagt je wel af of de regel van Benedictus daarmee niet wordt geschonden.

Maria Toevlucht bij Zundert

Ons laatste bezoek is aan het klooster met de jongste trappist, en dan bedoelen we bier (en niet een monnik). Na overleg met hun moederklooster Koningshoeven en de abdijen van Westmalle en Achel verbouwden de trappistenbroeders hun al stopgezette boerderij tot brouwerij ‘De Kievit’. Sinds 2013 wordt hier ‘de Zundert’ gemaakt, een ‘8’. Dit najaar wordt er een ‘10’ toegevoegd. De abdij was in 1900 gesticht in een moerassig gebied, De Moeren. In het toegangsgebouw uit 2004 is de kloosterwinkel ondergebracht. Daar zijn Rooms-katholieke attributen, religieuze en spirituele boeken te koop en ook het Zundertbier, in kratten, doosjes en tasjes. Behalve de buitenkant van de abdij valt er niets te zien; trappisten leven in rust en hun regelmatige bestaan – volgens de regel van Benedictus – verdraagt geen bezoekers. Op ruim 1,5 km ligt café ‘In den Anker’, daar wordt Zundert geschonken, net als enkele andere trappistenbieren. Bij het café start een wandelroute van 8,5 km door de kalme, groene omgeving en langs Maria Toevlucht, gebruikmakend van knooppunten.



Tekst en foto's: Harry Schuring

Laat een reactie achter